Théâtre National Jacqmainlaan
Dit project werd gerealiseerd in een een tijdelijke vennootschap met Architectes Associés en l'atelier Gigogne
De wereld van theater, muziek en dans is constant in beweging en bijgevolg is er een voortdurende evolutie in de plaatsen waar ze beoefend worden. De verschillende disciplines stellen zich voor elkaar open en verrijken elkaar. De dans waagt zich samen met de muziek, de film en de multimedia op het terrein van het theater.
De toneelvoorstelling heeft haar vaste instelling verlaten en gaat op verkenning buiten de muren: in metrostations, op openbare plaatsen, in industriële panden die een nieuwe bestemming kregen. De theaterwereld wil het publiek aanspreken door zich in diens dagelijks leven te verankeren.
Het nationale theater zat aanvankelijk verborgen in de Rogiertoren, tot die in 1999 werd afgebroken. Met de constructie van het nieuwe gebouw kwam het er dus op aan deze belangrijke instelling binnen de Franse Gemeenschap een nieuwe zichtbaarheid en transparantie te geven. Tegelijkertijd was er de wil om aan alle mensen die in de schouwburg aan de slag zijn een zeer performant werkinstrument te bieden. In die zin was er bij het ontwerpen nood aan een zeer sterke rationaliteit die moest resulteren in een op de essentie toegespitste architectuur.
Het bouwterrein heeft slechts een beperkte oppervlakte en is gelegen langs een van de grote verkeersassen in Brussel centrum. Het gebouw verankert zich in het stedelijk weefsel door zich in de bestaande volumes in te passen. De gevel is uitgelijnd met de buren en beantwoordt op die manier aan scheidingsmuurtypologie van de klassieke negentiende-eeuwse gevels. De dialoog tussen deze klassieke context en de spektakelwereld geeft aanleiding tot een weelderige gevel die speelt met transparantie en ondoorzichtigheid, als een sluier die de geheimen van het schouwspel verhult.
Het kleine perceel heeft een oppervlakte van 2500 m2 en verplicht de bouw van een zeer compacte configuratie over verschillende niveaus. De drie zalen in het gebouw werden op een compacte manier geconfigureerd en hebben elk een sterk verschillend karakter en gebruik.
De grote zaal heeft een “variabele geometrie” en telt 750 plaatsen. Zij leent zich tot voorstellingen volgens de stijl van zowel het Italiaanse als het Elisabethiaanse theater en laat door het feit dat de tribunes er verstelbaar zijn ook andere opstellingen toe. Zaal en scène moesten in elkaar overgaan. Daarom baadt de zaal volledig in het zwart en wordt ze met een piano vergeleken.
De kleine zaal van 250 plaatsen heeft een Italiaanse opstelling en bevordert het intieme contact tussen toeschouwer en acteur. Er heerst een warme atmosfeer die wordt vergeleken met het geluid van een cello. De repetitiezaal heeft exact dezelfde afmetingen als de scène van de grote zaal. Er kunnen intieme voorstellingen plaats hebben voor een publiek tot 150 personen.
In de resterende ruimtes tussen de drie zalen is alles ondergebracht wat voor het goed functioneren van een machine die voorstellingen moet produceren en ontvangen noodzakelijk is: decoropslag, administratie, loges, kostuumatelier, geluidsstudio, machinekamers, stockage van elektrisch materiaal en kostuums, technische lokalen... ze vinden allemaal hun plaats in het geheel.. Het resultaat is vergelijkbaar met een fijn raderwerk, met een levend lichaam waarin alle organen en aders elkaar aanvullen.